Het ontstaan van de schuttersgilde “HOBSOR”
Na de tweede wereldoorlog prijkte de naam HOBSOR in metershoge rode neon letters boven op het brouwerijgebouw, dertig meter hoog. Deze lichtreclame werd geacht zichtbaar te zijn van op het hele grondgebied van Hoboken, gesteld dat men vanuit dakvensters of van op daken kon kijken.
De brouwerij was gelegen waar nu de parkeerplaats van het warenhuis Centrum is ingericht. Ze lag dus in het huizenblok omsloten door de Kioskplaats, Kapelstraat, Lambrachtstraat en Louisalei.
Op de Kioskplaats Nr 73 stond het café van de brouwerij “het proeflokaal” later in de jaren dertig omgedoopt tot café HOBSOR.
Gezien de ruimtelijke mogelijkheden waren er zeer veel maatschappijen en verenigingen gevestigd. Zo was er een boogschutterclub, die vooral oefende op een permanent geïnstalleerde liggende wip.
Het eerste bekende gebruik van vuurwapens dateert uit de oorlogsjaren 40-45 toen tijdens de Duitse bezetting de weerstanders zich in het geheim, oefenden in het hanteren van revolvers en pistolen, in de kelder van de brouwerij. Als schietbaan werd de kolenkelder gebruikt en de aanwezige kolenhoop werd als kogelopvang gebruikt.
Sinds 1932 werd het café uitgebaat door Karel Goosens. De man was een zeer pittoreske figuur, rond en dik van eten en drinken en altijd klaar voor de lol. Hij was in heel Hoboken en ver daar buiten gekend en bekend als “Dikke Charel”. Gekleed in gele strepen broek en blauwe vest, aan de arm een wandelstok, in de andere hand een grote pint bier en op het hoofd een strooien hoed, was hij te zien in alle mogelijke optochten en uitstappen van de harmonie. Zijn verschijning werd op deze manier het reclame boegbeeld van de brouwerij en zijn beeltenis prijkte op pinten, flessen, asbakken enz. In het café werd zelfs een glasraam in een deur gezet met dezelfde afbeelding.
Dikke Charel en zijn echtgenote kregen in 1925 een dochter, Maria en een zoon Jan als nakomer in 1938. De dochter huwde na de oorlog met Alfons Robyn gewapend weerstander en zoon van vleeswaren fabrikant in de Leopoldlei te Hoboken.
Alfons Robyn was reeds voor de oorlog een liefhebben van de luchtkarabijn en oefende in de inrijpoort van vaders onderneming. Na zijn huwelijk zal hij deze activiteit wel hebben willen voortzetten in het lokaal van zijn schoonvader.
Waarschijnlijk heeft hij in het café mensen ontmoet met dezelfde hobby en samen met Rik Larnoe, fietsenmaker in Hoboken en Jaak Wijns, garagehouder in Deurne hebben zij met hun drieën op 1 Juni 1959 de “HOBSOR pistool en karabijn schuttersgilde” opgericht.
Het was blijkbaar hun eerste schot in de roos, want na 50 jaar bestaat de club nog steeds en afgaande op het aantal leden en de accommodatie in fort 8, is ze nog steeds in volle bloei.
Het heeft de club niet ontbroken aan de nodige lachwekkende situaties.
Zo was er op een dag de vraag van een joodse man om zijn vuurwapen te testen op de schietstand van de club. Na toestemming bood de man zich enkele dagen later aan in het café met een zwarte viooldoos.
Voor het doel werd de doos geopend en tot ieders verbazing kwam er een UZI machinepistool te voorschijn!
Een spoorwegbediende, lid van de club besloot op een dag zelf munitie te herladen. Bij het eerste schot met zijn munitie viel de kogel na het beschrijven van een flauwe bocht, een meter of drie voor zijn voeten op de grond. Naar verluid waren er toeschouwers die in hun broek deden van het lachen.
Toen er op een gegeven moment water in de kelder stond werd er een paar rubberen laarzen klaar gezet. Op een goede dag was het paar omgetoverd in twee linksvoetige laarzen, niemand heeft ooit geweten wie dat geflikt heeft. De dader heeft er een zelfde paar aan over gehouden, maar dan rechtsvoetige.
Niemand weet echter vandaag nog hoe de naam HOBSOR ontstaan is. Verschillende meningen werden hierover reeds geopperd. Een aanvaardbare, maar niet bevestigde uitleg is de volgende:
De naam van de gemeente werd door de oprichters van “Brasserie Verhaert Frères” tussen 1892 en 1931 zeker gebruikt om de herkomst van hun bier te benoemen. Men kan dus bijna zeker stellen dat hun product HOBOKEN’S – blond, -export,-bier enz. genoemd werd.
Het woord Hoboken met zijn drie lettergrepen viel zeker te lang uit bij het bestellen en werd waarschijnlijk ingekort tot HOB’S. Deze naam is daadwerkelijk aanwezig op flessen, pinten en reclame borden uit die tijd en later.
Later werden ook pater en andere bieren gebrouwd. Om de kleur van het nieuwe bier te onderstrepen en omdat het gebruik van de namen “GOUD”, “GOLD”, “OR” als voor- of achtervoegsel toen schering en inslag was en ook de brouwers van francofone afstamming waren, ligt het voor de hand dat HOB’S aangevuld werd tot HOBSOR zijnde het goud van Hoboken.
Vermits zij, die de naam hebben gecreëerd reeds lang overleden zijn, blijft het echter bij gissen.
website laatst bijgewerkt op 19/10/2010
KKPS Hobsor vzw, alle rechten
voorbehouden










